Dikkedarmkanker

colorectale tumor

In Nederland wordt per jaar bij ruim 13.000 (2011) mensen dikkedarmkanker vastgesteld. Daarnaast krijgen ongeveer 4.000 mensen kanker in het laatste stukje van de dikke darm: de endeldarm.

Darmkanker is na prostaatkanker de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Bij vrouwen komt, na borstkanker en huidkanker, darmkanker op de derde plaats. Dikkedarmkanker wordt voornamelijk vastgesteld bij mensen van 60 jaar en ouder. Maar dikkedarmkanker kan ook voorkomen op (veel) jongere leeftijd.

Vroege ontdekking van de dikkedarmkanker is belangrijk. Hoe eerder de ziekte wordt ontdekt en behandeld, des te groter is de kans op langdurige ziektevrije overleving en genezing. In Nederland is dit jaar het Bevolkingsonderzoek Darmkanker gestart en sinds februari 2014 worden op alle 4 locaties patiënten verder onderzocht en behandeld die via het bevolkingsonderzoek colon carcinoom komen.

Het is niet mogelijk om de exacte oorzaak van het ontstaan van dikkedarmkanker aan te wijzen. Wel is er een aantal factoren bekend die het risico op dikkedarmkanker verhogen:
– Darmaandoeningen
– Darmpoliepen (kunnen een voorstadium van dikke darmkanker zijn)
– Chronische ontstekingen van de dikke darm (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn)
– Eerder behandelde dikkedarmkanker
– Erfelijke vormen van dikkedarmkanker
– Leef- en eetgewoonten

Het risico op dikkedarmkanker hangt samen met onze leef-en eetgewoonten. Bij onderzoek zijn er aanwijzingen dat het eten van rood vlees en vleeswaren het risico verhoogt. Voldoende lichaamsbeweging (minimaal 30 minuten per dag) kan het riscio op dikkedarmkanker verlagen.

Klachten en symptomen

De symptomen bij dikkedarmkanker zijn sterk afhankelijk van de plaats van de tumor. Dikkedarmkanker kan één of meer van de volgende symptomen veroorzaken:
– Verandering in het ontlastingpatroon
– Bloed en/of slijm bij de ontlasting
– Loze aandrang
– Vermoeidheid en duizeligheid door bloedarmoede. Chronisch bloedverlies in de dikkedarm veroorzaakt deze bloedarmoede.
– Vage buikpijn
– Een gevoelige plek in de buik

Onderzoek

Als u met één of meer van de hierboven genoemde symptomen bij uw huisarts komt, zal deze u eerst lichamelijk onderzoeken. Als de huisarts vermoedt dat u dikkedarmkanker heeft, verwijst hij/zij u naar de polikliniek van de chirurgie of polikliniek Maag-, darm- en leverziekten. De specialist maakt op basis van deze verwijzing een inschatting op welke termijn een afspraak noodzakelijk is.

Op basis van de verzamelde gegevens bepaalt de specialist met u wat er verder moet gebeuren. Het zal meestal gaan om aanvullend onderzoek door middel van een kijkonderzoek; een endoscopie. Dit is een kijkonderzoek. De specialist bekijkt de darm via een dunne slang, met daarin een kleine camera (endoscoop). Tijdens een endoscopie kan een klein beetje verdacht weefsel onder de microscoop worden weggenomen voor onderzoek. Een patholoog onderzoekt het weggenomen weefsel onder de microscoop. Daarmee is de definitieve diagnose dikkedarmkanker te stellen.

Behandelvoorstel
Als de benodigde onderzoeken (met eventuele aanvullende onderzoeken) zijn verricht, wordt uw situatie besproken binnen een team van specialisten, die betrokken zijn bij de behandeling van dikkedarmkanker. Wij raden u aan om een bekende mee te nemen ter ondersteuning.

Behandeling

Na het stellen van de diagnose dikkedarmkanker is nader onderzoek nodig om vast te kunnen stellen wat het stadium van de ziekte is en welke behandeling het meest geschikt is.

Dit kunnen de volgende onderzoeken zijn:
– CT-scan buik (computertomografie)
– Röntgenonderzoek van de longen (X-thorax)
– MRI (Magnetic Resonance Imaging)

De meest toegepaste behandelingen bij dikkedarmkanker zijn:
– Operatie (chirurgie)
– Bestraling (radiotherapie)
– Chemotherapie (behandeling met celdodende of celdelingsremmende medicijnen)

Vaak is een combinatie van deze behandelmethoden nodig.

Doel van de behandeling
Wanneer een behandeling tot doel heeft genezing te bereiken, wordt dat een curatieve behandeling genoemd. Onderdeel daarvan kan een voorbereidende behandeling met chemotherapie zijn, met als doel de tumor kleiner te laten worden. Ook kan er een aanvullende behandeling gegeven worden. Bijvoorbeeld chemotherapie na een operatie om eventuele niet-zichtbare uitzaaiingen te bestrijden en daarmee de kans op terugkeer van de ziekte te verminderen. Als de ziekte niet (meer) curatief kan worden behandeld, is een palliatieve behandeling mogelijk. Zo’n behandeling is gericht op het het remmen van de ziekte en/of vermindering of voorkomen van klachten.

Zowel tijdens als na de behandeling kunt u te maken krijgen met vermoeidheid. Steeds meer mensen geven aan hiervan last te hebben. Vermoeidheid kan ontstaan door kanker en/of behandeling van kanker. Soms krijgen mensen enige tijd na de behandeling nog last van (extreme) vermoeidheid. Deze vermoeidheid kan lang aanhouden. Wanneer de ziekte in een vergevorderd stadium is, kan de vermoeidheid ook te maken hebben met het voortgaande ziekteproces.

Nazorg

Na de behandeling blijft u 5 jaar onder controle bij de specialisten die u hebben behandeld; de chirurg, radiotherapeut en/of internist-oncoloog. De controles zijn vooral gericht op het ontdekken van:
– Een eventuele plaatselijke terugkeer van de ziekte.
– Uitzaaiingen in de lever.
– Een eventuele tweede, nieuwe tumor in de darm.

De onderzoeken bestaan uit regelmatig bloedonderzoek, een coloscopie eens in de drie tot zes jaar en echografie van de lever. Bij een goed verloop, neemt in de loop van de tijd het aantal controles af. In het eerste jaar wordt er bijvoorbeeld vier keer gecontroleerd, in de daaropvolgende jaren twee keer in het jaar.

Aarzelt u niet om dan zelf ook onderwerpen aan de orde te stellen. Het gaat er immers om te kijken hoe het met u gaat. Het is handig om uw vragen ter voorbereiding op te schrijven en het briefje mee te nemen. Zo weet u zeker dat u alles bespreekt. Als eventuele klachten daar aanleiding toe geven, kan uw specialist besluiten tot aanvullend onderzoek.